Gerard Koudijs wordt op 29 oktober 1963 in Bussum geboren. Zijn eerste uitje in onze hoofdstad beleeft hij dan al, omdat hij direct nadat Gerard het levenslicht ziet, per ambulance naar het ziekenhuis in Amsterdam wordt vervoerd.
Het zal niet de laatste keer zijn in Gerards’ roerige leven, dat hij op een medische hulppost behandeld moet worden. Een ongeluk als klein jongetje met een losliggende kabel waarop 220 volt aan stroom staat, wordt hem bijna fataal. Gelukkig loopt het voor de tot op dat moment rechtshandige Gerard goed af. Door de zwaar gehavende rechterhand, wordt hij gedwongen linkshandig. Dat zal hem in zijn latere leven alleen maar voordelen opleveren: een creatieve tweehandige kunstenaar roept de legendarische uitspraak op van onze eigen legendarische nummer 14: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’

Gerard is een dromer en tekent gedurende zijn hele schoolperiode meer dan dat het zijn docenten lief is: ‘Wij vragen ons af waar Gerard mee bezig is’, en ‘Gerard moet nu echt beter zijn best gaan doen’, illustreren treffend zijn schoolrapporten. Als hij vervolgens de leraar tijdens de rekenles portretteert, hoort Gerard hem zeggen: ‘oh dat kun je dus wel’.
Gerard is acht jaar wanneer hij met een klassenuitje het Rijksmuseum in Amsterdam bezoekt en bij het zien van de Nachtwacht, wist hij het absoluut zeker: hij wil kunstenaar worden.
Als hij jarig is wordt dit dan ook in praktijk gebracht met een schildersezel, wat verf en doeken die hij als verjaardagscadeau ontvangt.
Gerard schildert een stilleven van een kaars, dat door zijn oudste broer voor een raket wordt aangezien. Langzaamaan wordt zijn werk toch gewaardeerd, want het is deze broer die, een aantal jaren later, als eerste een zwart/wit schilderij van Gerard’s hand zal kopen voor vijfentwintig gulden.

Jarenlang blijft Gerard zich verder ontwikkelen met tekenen, schilderen, krijten en boetseren met behulp van veel verschillende materialen.
Tijdens zijn middelbare schoolperiode ontstaat er een nieuw fenomeen voor Gerard: op de zolderkamer bij een vriend thuis, ziet hij een drumstel en bij een andere vriend een gitaar met versterker: de liefde voor muziek wordt geboren!
Gerard bouwt zijn eigen drumstel met behulp van een paar bongo’s, een oud bekken en een echte trommel die zijn broer hem geeft en een ander bekken weet hij van zijn neef af te trochelen.
Van twee grote Omo wasmiddel verpakkingen, maakt Gerard twee tomtom’s. Om tenslotte nog in drumstokken te kunnen voorzien, verzaagd hij de keu’s van zijn vaders’ biljarttafel.
Met een vriendje samen op drumles, leert Gerard de fijne kneepjes van het fanfare trommelen; niet inspirerend, wel nuttig blijkt later.
Een eerste band wordt geformeerd op school: ‘Mothers Groupie’ met het meest excentrieke meisje uit de oude klas van Gerard: een Nina Hagen-lookalike op leadzang. Al snel volgen er diverse optredens en de toon is gezet wanneer de politie, tijdens de kroning van de kersverse prinses Beatrix op 30 april 1980, Gerard’s band sommeert te stoppen vanwege geluidsoverlast: teveel herrie voor zo’n nette buurt.
Dat het volume van de diverse bands waar Gerard in zijn leven deel van uitmaakt, vaker een punt van discussie zal worden, blijkt vele jaren later uit de gebeurtenis tijdens een live optreden in de vroege ochtend voor radio 3fm. Er moet om vijf uur op het parkeerterrein van de Hilversumse studio gesoundcheckt worden. Dit houdt de buurt wakker en net voordat er drie politie wagens arriveren om deze overlast op te doeken, zitten Gerard en de overige bandleden inmiddels live in de uitzending wat uiteraard een memorabele zal worden blijkt later….

Het tweeledige kunstenaarsschap van Gerard Koudijs begint steeds meer vorm te krijgen.
Om een beter drumstel te kunnen aanschaffen, boent Gerard ‘s ochtends vroeg de vloeren van de Albert Heijn zodat hij, door ook nog winst uit de verkoop van het oude drumstel weten te halen, de aankoop kan realiseren.
Terwijl hij blijft schilderen en tekenen, start Gerard op zijn zeventiende jaar met het geven van muzieklessen. Al gauw bevat zijn lespraktijk dan al zo’n vijf leerlingen.
De muziek brengt Gerard op interessante plekken, en eenmaal zijn rijbewijs behaald en diverse bandjes verder, ontmoet hij zijn idool Herman Brood en diverse technieken leert hij door te kijken naar zijn werkwijze. Zo zal Gerard gedurende zijn kunstenaarsloopbaan op diverse moment de kwasten verruilen voor de spuitbus.

Kunst alleen levert Gerard op z’n 22ste nog te weinig op en hij neemt een baan voor 18 uur in de week. Zo kan hij in combinatie met al zijn optredens, prima rondkomen.
In de hoop zich verder als schilder te kunnen ontwikkelen middels een opleiding, doet Gerard een poging toegelaten te worden op de Rietveld Academie. Vol goede moed en gewapend met een tas vol tekeningen, aquarellen en olieverf schilderijen gaat hij op pad.
Wachtend op de gang, wordt de opvallende Gerard aangesproken door twee docenten: ‘nou jij wordt vast wel aangenomen’ is hun conclusie bij het zien van de ietwat buitensporige jonge gast daar buiten voor het lokaal.
Maar Gerard staat snel weer buiten: de enigszins oude chagrijnige docent die zijn werk binnen moet beoordelen, is van mening dat Gerard maar eens les moet nemen, vóórdat hij zich opnieuw zal aanmelden. Even lijkt Gerard uit het veld geslagen te zijn, maar halverwege zijn wandeling terug de stad in, voert zijn tomeloze optimisme en gedrevenheid de boventoon: Gerard blijft doen waar hij mee bezig is: kunstenaar én muzikant zijn en blijven!

Tijdens zijn bijbaantje in een slijterij, ontmoet Gerard een bijzondere man: een 93-jarige componist die bereid is hem pianolessen te gaan geven. Dat aanbod neemt Gerard met beide handen aan, en tijdenlang staat hij elke dinsdagmiddag voor zijn deur om inspirerende lessen te krijgen waar Gerard zijn verdere leven profijt van zal blijven houden. Als de fijne leraar wordt overvallen door gezondheidsproblemen, komt er een einde aan de pianolessen. Een mooie tijd met een aparte setting is dit geweest: een totaal losgeslagen rock and roll junkie in de leer bij een keurig nette 93-jarige dirigent.

De verkoop van zijn schilderijen vindt vooral doorgang met stillevens van bloemen, dik opgezet met lagen en klodders olieverf. Bijna wekelijks koopt Gerard hiervoor verse bloemen en regelmatig nieuwe vazen om zo met name de kleinere doeken aan de man te brengen. Nog altijd worden uit de opslag in zijn atelier dit soort doeken door hem verkocht.

Rond zijn eind twintiger jaren, viert de muziek hoogtij voor Gerard. Enorm veel optredens staan er geboekt en ook heel bijzondere: tijdens een tournee begeleidt Gerard één van zijn idolen: Magic Dick, de mondharmonica specialist van de J. Geils Band uit de USA. De langst genoteerde nummer 1 hit van Amerika, ‘My baby is a Centerfold’ staat nog altijd op hún naam.

Hoewel het leven van Gerard flink gevuld is met kunst en muziek, wordt hem vanuit zijn ouderlijk nest, waarin al zijn broers tot zakenmannen zijn uitgegroeid, op het hart gedrukt dat hij toch zal moeten kiezen voor ‘een echte baan’.
Gerard gaat daarop een studie bouwkunde doen en start zijn eigen bouwbedrijf. Tien jaar lang leidt hij een onderneming en na al het kuilen graven, paaltjes heien en planken zagen, trekt Gerard toch defintief zachtjes de deur van het bouwbedrijf achter zich dicht.

Zelfs tijdens de zeer hectische jaren van het bedrijfsleven, blijft Gerard schilderen, altijd en overal.
De doeken van zijn hand worden dan ook steeds beter verkocht. Zo maakt hij in opdracht een aantal Ajax-schilderijen. Tijdens de officiële overhandiging van zijn schilderij aan Jan van Halst in de Amsterdam Arena, staan er een aantal bekende Ajacieden achter de coulissen. Plotseling verschijnt Richard Witschge en haalt zijn kauwgom uit zijn mond om dat vervolgens op het doek, precies op de plek van de geschilderde mond van Jan van Halst, uit te drukken. Jan reageert verontwaardigd met een ‘respect voor de kunstenaar!’ maar Gerard zelf ziet er wel de humor van in: ‘Ja, veel beter! Laten zitten, hoor jongens’ is zijn opmerking en die humor kunnen de voetballers wel waarderen.
Gerards werk is inmiddels bij diverse bekende binnen- en buitenlandse mensen thuis terug te vinden. Uit respect voor hun privacy zal hij zich daar verder niet over uitlaten.

Een veelgestelde vraag aan Gerard is of hij ook ergens te zien is, maar exposeren doet Gerard niet; in zijn prachtige atelier in de bossen van Naarden, ontvangt hij graag mensen op afspraak. Zo kan men zien hoe er gewerkt wordt, en hoe meer puinhoop tussen de bijzondere werken, hoe blijer de mensen worden, is Gerard’s ervaring.
Nog altijd heeft Gerard een gevulde lespraktijk waar kinderen én volwassenen in een prachtige studio aan de slag kunnen met piano, drumstel, gitaar of zang.
Maar het podium heeft Gerard inmiddels in de loop der jaren verruilt voor het atelier waar hij steeds meer te vinden is. Geïnspireerd door onverwachte uiteenlopende onderwerpen en met behulp van diverse materialen en allerlei technieken, is hij steeds meer zijn lievelingsplek gaan vinden achter het doek. Daarnaast schrijft hij graag zijn ervaringen op, totdat zijn (door hem aangemerkte) steun en toeverlaat hem vraagt of hij soms met het schrijven van een boek weer een nieuwe weg is ingeslagen… Hoogste tijd dus om de kwast maar weer te pakken.

Naarden, oktober 2016